Naar een fijnstof-neutrale regio Zuidoost Brabant
Vergroening van de regio Zuidoost Nederland ter neutralisering van fijn stof is een innovatief idee. Planten en bomen verwijderen fijn stof uit de lucht en neutraliseren op deze wijze de hoeveelheid fijn stof die vooral door het verkeer wordt uitgestoten. Kenniscentrum Duurzame Stad- en Streekontwikkeling in Eindhoven en Triple E in Arnhem slaan de handen ineen om deze uitdaging aan te gaan.
Als ‘Pieken in de Delta’ moet Zuidoost Nederland een Europese topregio worden, die zich onderscheidt op het punt van technologie en kennis en de toepassing daarvan in producten en diensten. De regio kan zich in de markt profileren en verder ontwikkelen wanneer aan een aantal omgevingskwaliteitsfactoren voor duurzame ontwikkeling is voldaan. Bij een duurzame leefomgeving denken we aan economisch vitale en florerende steden, voor bewoners, gebruikers en bezoekers (‘Profit’), aan bruisende steden met een goede sociale ontwikkeling (‘People’) en aan steden die gezond, schoon, mooi, veilig en leefbaar zijn, met voldoende groen en vitale natuur in de directe nabijheid (‘Planet’).
Momenteel springt de problematiek van fijnstof in het oog. De ruimtelijke ontwikkeling in Nederland is min of meer op een dood spoor beland door te hoge concentraties. Ook in de regio worden op verschillende plaatsen de normen voor fijnstof overschreden en maatregelen zijn vereist om deze overschrijdingen aan te pakken. Lukt dit niet, dan zal dit grote consequenties hebben voor de mogelijkheden van de gewenste duurzame ontwikkeling.
Groen werkt als ‘sink’ voor fijnstof en additionele aanplant biedt kansen om het aanwezige fijnstof te neutraliseren. Vergroening van de leefomgeving werkt daarbij als schakel tussen de drie pijlers van duurzaamheid. Groen verbetert het vestigingsklimaat voor bedrijven en verschaft een gezonde en natuurlijke omgeving waarin het voor de werknemers uiteindelijk goed toeven is.
Het project
Het doel van het project hebben wij als volgt omschreven: In 2012 moet de regio Zuidoost Nederland de randvoorwaarden voor haar ambities als Europese topregio kunnen waarmaken na een gerichte vergroening van stad en landschap. Het leidend concept hierbij is de neutralisatie van de hoeveelheid fijnstof, die in de regio wordt geëmitteerd, door voldoende aanplant van geschikt en functioneel groen. Het ‘exposure’moment van de resultaten vindt plaats tijdens de Floriade in Venlo in 2012.
Het project is innovatief omdat de groene infrastructuur en de capaciteit daarvan om fijn stof uit de lucht te verwijderen (‘sink’) wordt gerelateerd aan de hoeveelheid fijnstof die in de regio wordt uitgestoten (‘source’). Als de groene ‘sink’ even groot is als de ‘source’, produceert de regio netto geen fijn stof. Deze nieuwe kijk op groen impliceert dat we groen inzetten als middel c.q. instrument om een maatschappelijk belangrijk probleem te beteugelen, namelijk dat van een slechte luchtkwaliteit
Een zeer interessant aspect is dat we op deze manier ook de functie van groen economisch kunnen waarderen. Immers, de functionaliteit van groen kan worden geplaatst tegenover de kosten van maatregelen die de overheid neemt om de emissies van fijnstof terug te dringen. Het taaie misverstand dat groen een kostenpost is alsof er geen baten tegenover staan, moet plaatsmaken voor een meer realistische omgang met groen. ‘Groen management’ gaat dan niet langer over “onkosten”, maar over “investeringskosten” want er staan immers baten tegenover.
Vergroening van Zuidoost Nederland ter verbetering van de luchtkwaliteit sluit uitstekend aan bij tal van beleidsagenda’s. Het project stoelt ook sterk op de kennisinfrastructuur die in de regio aanwezig is. Ontwikkeling van nieuwe kennis gaat hand in hand met de ontwikkeling van een functionele groene infrastructuur. De ervaringen van het project en de resulterende groene infrastructuur kunnen tot ver over de landsgrenzen worden uitgedragen. Wij hebben de ambitie om in 2012 bij de opening van de Floriade in Venlo te laten zien dat functionele vergroening ook daadwerkelijk mogelijk is. Het gaat tenslotte niet om groene ambities maar om concrete voorbeelden: om in de praktijk te laten zien wat je nu werkelijk bedoelt!
De deelnemende partijen
Kenniscentrum Duurzame Stad- en Streekontwikkeling (KDS), gelieerd aan Fontys Hogescholen, is geworteld in Zuidoost-Nederland en fungeert als schakel tussen het bedrijfsleven en het onderwijs, tussen praktijk en theorie op alle niveaus. Een schakel met een duidelijk doel: theorie en praktijk bij elkaar brengen om samen te werken aan duurzame oplossingen, onderwijsontwikkeling en kennisdeling. Dit doet het programmabureau KDS door het faciliteren van programma’s die vanuit het lectoraat worden gestart. KDS brengt onderwijs in contact met het maatschappelijk veld. Als netwerkorganisatie brengt zij vraag en aanbod samen en vanuit de binnen KDS aanwezige lectoraten brengt zij de kennisinstelling in contact met praktijkvraagstukken, inclusief de ontwikkeling en uitvoering van nieuwe ideeën. Studenten en docenten van verschillende Hogescholen voeren daarin deelonderzoeken samen uit. Een van de lectoraatsonderwerpen in de kenniskring “Integrale gebiedsontwikkeling” is ‘Omgevingskwaliteit als voorwaarde voor duurzame ontwikkeling’.
Triple E (Economy, Ecology and Experience) is een internationaal kenniscentrum gespecialiseerd op het gebied van natuur en economie. Triple E zoekt naar praktische oplossingen voor lokale overheden en het bedrijfsleven, maar verricht ook onderzoeken op academisch niveau. Hierdoor kan Triple E zich qua niveau en kwaliteit meten met de kennisinstellingen van universiteiten, maar wordt het tevens gekenmerkt door de snelheid en het pragmatisme van een consultantorganisatie. Vanwege de grote expertise is Triple E in dit project verantwoordelijk voor de inbreng van kennis betreffende luchtkwaliteit, de werking van groen en economische kosten en baten.
Groen als sink voor fijnstof
Het staat buiten kijf dat planten en bomen permanent vuile stoffen en deeltjes uit de lucht opnemen en de ongewenste verspreiding daarvan belemmeren [Tonneijck & Blom-Zandstra, 2002; Oosterbaan, Tonneijck & de Vries, 2006]. Deze opname wordt allerwegen beschouwd als een belangrijk proces ter vermindering van atmosferische concentraties. De ene plantensoort neemt verontreiniging beter op dan de andere en de opname is ook afhankelijk van de luchtverontreinigingscomponent [Tonneijck & Kuypers, 2006]. Met hun grote bladoppervlak zijn vooral bomen effectief. Zo is de opname van stof uit de atmosfeer op een bos tot 16 maal groter dan op een lage vegetatie. Landschapselementen (zogeheten ‘green barriers’ of ‘buffer plantings’) verminderen effectief de verkeersgerelateerde luchtverontreiniging [Freer-Smith et al., 1997].
Stadsgroen neemt per jaar honderden tonnen aan luchtverontreiniging op [Nowak, 1994]. De positieve relatie tussen groen, de verbetering van de luchtkwaliteit en de verbetering van de gezondheid door verminderde blootstelling komt tot uiting in recent Engels onderzoek. Schattingen voor de West Midlands, een grootstedelijk gebied in Engeland, geven aan dat bij een verdubbeling van het aantal bomen per jaar circa 140 mensen minder overlijden, doordat meer bomen meer fijnstof opnemen [Steward, 2005]. In een Nederlandse studie van Wesseling et al. [2006] is berekend dat indien vervuilde lucht door de kroon van een boom wordt geleid, maximaal 15 - 20 % van PM10 kan worden verwijderd en dat de concentratie van stikstofdioxide met maximaal 10% kan dalen. Modelonderzoek voor de stad Antwerpen heeft aangetoond dat in aanwezigheid van groen de piekconcentraties van ozon tijdens een periode van zomersmog 8% lager zijn dan in afwezigheid daarvan [de Ridder & Lefebre 2003]. Juist deze kortdurend hoge ozonconcentraties zijn zeer schadelijk voor de volksgezondheid. Ook dit is een belangrijk gegeven aangezien ozon een volgproduct is van stikstofdioxide, waarvan de concentraties op verschillende plaatsen de norm overschrijden.
Fijnstof en gezondheid
De huidige concentraties van fijn stof vormen een probleem voor onze gezondheid. Fijnstof wordt ook wel aangeduid als PM10 en bevat een bonte verzameling van deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer. In de stedelijke leefomgeving is het meeste fijn stof afkomstig van het verkeer. De schatting van de vervroegde sterfte geassocieerd met kortdurende blootstelling aan fijnstof (PM10) in Nederland bedraagt 2.300-3.500 personen per jaar [Milieu- en Natuurplanbureau, 2005]. Voor acute blootstellingen aan ozon ligt dit cijfer op 1.100-2.200 personen per jaar. De oversterfte door chronische bloostellingen wordt geschat op meer dan 10.000 mensen per jaar. Weliswaar zijn en worden nog steeds veel maatregelen genomen om negatieve effecten van het verkeer te beperken maar naar verwachting zullen de gezondheidseffecten van het verkeer tussen nu en 2030 niet afnemen vanwege de toenemende automobiliteit en de groei van de groep ouderen die extra gevoelig is.
Groen en het beleid
Vergroening van Nederland staat hoog op de beleidsagenda. De vraag naar groene gebieden overstijgt nog steeds het aanbod. Er is sprake van een chronisch tekort aan groen als gevolg van de stedelijke verdichting en de ondergeschikte rol die groen inneemt bij de ontwikkeling van nieuwbouw. Het rijk erkent de noodzaak van meer stedelijk groen en mikt met de Nota Ruimte en de Agenda Vitaal Platteland op 16.500 hectare grootschalig en regionaal groen in en rond de steden in de periode tot 2013. Een dergelijke ambitieuze agenda kan alleen in gezamenlijkheid met overheden, maatschappelijke organisaties, bewoners en andere betrokkenen succesvol worden uitgevoerd.
De ruimtelijke ontwikkeling in Nederland stagneert door teveel fijnstof en stikstofdioxide in de lucht. Gemeenten moeten alles uit de kast halen om aan de normen voor luchtkwaliteit te voldoen. Slagen we hier niet in, dan lijkt een rem op de ruimtelijke ontwikkeling onvermijdelijk. En zolang deze ontwikkeling in Nederland wordt belemmerd, kan er van duurzame ontwikkeling nauwelijks sprake zijn. De groene infrastructuur kan in luchtkwaliteitsplannen niet buiten schot blijven, want vegetaties nemen effectief vuile stoffen en deeltjes uit de lucht op. Bij gemeenten groeit nu het besef dat gerichte aanplant van bomen en struiken een van de maatregelen is om de luchtkwaliteit te verbeteren.
Groen en educatie
Er is ruimte maar ook behoefte aan een nieuwe kijk op groen. En dat voor de gehele keten: van opkweek via ontwerp tot aanplant en beheer. De belangrijke rol van groen bij verduurzaming van de leefomgeving staat hierbij centraal.
In het project zal in alle fasen nadrukkelijk worden gewerkt met, voor en door studenten. Zij zullen een belangrijke rol spelen bij het ontwerpen, bij het genereren van ideeën en bij de uitvoering van de werkzaamheden. Maar tevens zal door deskundigen van KDS, Triple E en onderwijsinstellingen een lespakket worden opgezet omtrent de werking van groen wat betreft luchtkwaliteit.
Ook bij stakeholders zal de kennis over de positieve functies van groen moeten worden vergroot. Cursussen zullen worden ontwikkeld die toegesneden zijn op de verschillende doelgroepen. Wij denken hierbij vooral aan ontwerpers en beheerders en aan de groene professionals die actief zijn in de private sector.
Referenties
- Freer-Smith, P.H., Holloway, S., Goodman, A., 1997.
The uptake of particulates by an urban woodland: site description and particulate composition.
Environmental Pollution 95: 27-35. - Milieu- en Natuurplanbureau, 2005. Milieubalans 2005.
Milieu- en Natuurplanbureau, Bilthoven, Nederland. - Nowak, D.J., 1994.
Air pollution removal by Chicago’s urban forest. In: McPherson, E.G., Nowak, D.J., Rowntree, R.A. (eds.).
Chicago’s Urban Forest Ecosystem: Results of the Chicago Urban Forest Climate Project.
USDA Forest Service, Northeastern Forest Experiment Station, General Technical Report. - Oosterbaan, A.,Tonneijck, A.E.G., de Vries, E.A., 2006.
Kleine landschapselementen als invangers van fijn stof en ammoniak.
Alterra Rapport 1419, Wageningen, Nederland. - Ridder, K.de, Lefebre, F., 2003.
BUGS. Benefits of Urban Green Space.
MESO final report, Vito-TAP, Mol, België. - Steward, H., Owen, S., Donovan, R., MacKenzie, R., Hewitt, N., Skiba, U., Fowler, D., 2005.
Trees and sustainable urban air quality. Brochure, Lancaster University and Centre for Ecology and Hydrology, UK.
For further details: Prof. Nick Hewitt, Department of Environmental Science, Lancaster University, Lancaster, UK. - Tonneijck, A.E.G.& Blom-Zandstra M., 2002.
Landschapselementen ter verbetering van de luchtkwaliteit rond de Ruit van Rotterdam. Een haalbaarheidsstudie.
Nota 152, Plant Research International, Wageningen. - Tonneijck, A.E.G., Kuypers, V.H.M., 2006.
Stadsbomen voor een goede luchtkwaliteit.
Bomennieuws (lente), 8-10. - Wesseling, J.P., Duyzer, J., Tonneijck, A.E.G., Van Dijk, C.J., 2004.
Effecten van groenelementen op NO2 en PM10 concentraties in de buitenlucht.
Rapport R 2004/383. TNO, Apeldoorn











